Hoe snel moet onze CO2 uitstoot omlaag? Regering en Greenpeace verschillen van mening


Hoe snel moet onze CO2 uitstoot naar nul om te voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs? Urgenda en Greenpeace gaan ervan uit dat we uiterlijk in 2030-2035 de emissies tot nul moeten terugbrengen. Greenpeace heeft dit laten doorrekenen door het New Climate Institute. Tegelijkertijd heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), een adviesorgaan van de regering, uitgerekend dat we nog tot 2050 hebben. Dat sluit aan bij de doelstelling van 49-55% reductie in 2030 in het regeerakkoord. Waar komen deze verschillen vandaan?

Beide rapporten gaan uit van de laatste klimaatrapportage van het IPCC, de klimaatorganisatie van de Verenigde Naties. Deze rapportage – een samenvatting van duizenden klimaatrapporten – bevat schattingen over de relatie tussen bepaalde percentages CO2 in de atmosfeer en de wereldwijde temperatuur. Op basis hiervan hebben 185 landen in Parijs afgesproken de opwarming van de aarde tot staan ‘ruim onder de twee graden’ en vervolgens terug te brengen tot 1,5 graad.

Twee fundamentele verschillen in uitgangspunt veroorzaken de kloof tussen beide rapporten:

1: Het PBL rapport gaat er van uit dat de mensheid in de tweede helft van deze eeuw massaal CO2 uit de lucht gaat halen en in de grond stoppen. Dit worden ‘negatieve emissies’ genoemd. We mogen dus nu wat meer uitstoten, omdat onze kleinkinderen onze rotzooi later weer gaan opruimen.

2: Het Greenpeace rapport gaat er vanuit dat rijke landen 10 jaar eerder uitstootvrij moeten zijn dan ontwikkelingslanden. Het PBL gaat er van uit dat alle landen hun emissies even snel terugbrengen.

PS: in de technische uitweiding hieronder staat een nuancering en verdere uitleg van bovengenoemde twee punten

Negatieve emissies

Het is volstrekt onduidelijk of het technisch en financieel haalbaar gaat worden negatieve emissies op grote schaal toe te passen. Het IPCC ziet BECCS (Bio-Energy with Carbon Capture Storage) als de meest realistische methode: biomassa verbranden voor energie-opwekking, de CO2 daarbij opvangen en in de grond stoppen. Enorme hoeveelheden landbouwgrond zijn nodig om voldoende biomassa te verbouwen. Dit betekent concurrentie met de voedselvoorziening terwijl er straks 10 miljard mensen gevoed zullen moeten worden. Je hebt hier waarschijnlijk grootschalige industriële landbouw voor nodig, met alle milieugevolgen van dien.

Helaas is het bijna niet meer mogelijk de opwarming tot 1,5 graad te beperken zonder negatieve emissies, Daarover zijn beide rapporten het eens. Volgens het Greenpeace rapport zou de wereld dan al in 2035 uitstootvrij moeten zijn, ontwikkelde landen al in 2025. Een zo snelle reductie is zeer onwaarschijnlijk. Toch heeft de samenleving behoefte aan een haalbare target die aanmoedigt en niet moedeloos maakt.

Greenpeace lost dit op door een 1,75 graad scenario te presenteren. In het klimaatakkoord staat immers letterlijk: ‘de opwarming beperken tot ruim onder de 2 graden en daarna terugbrengen tot 1,5 graad’. Dit levert 10 jaar extra tijdwinst op; wereld fossielvrij in 2045, Nederland in 2035.

Het PBL geeft een 1,5 scenario met negatieve emissies. Zij gaan daarbij uit van de hoogste schatting van het potentieel aan negatieve emissies dat op basis van de literatuur te verdedigen valt. Daarmee schuiven ze de einddatum waarop we fossielvrij moeten zijn maximaal naar achteren; zowel de wereld als Nederland fossielvrij in 2050. De politiek kan opgelucht adem halen. We hoeven ons klimaatbeleid niet aan te scherpen omdat in Parijs een ambitieuzere reductiedoelstelling is afgesproken.

Climate Justice

Het lijkt Het lijkt Het lijkt Het lijkt Het lijkt Het lijkt Het lijkt Het lijkt Het lijkt Het lijkt Het lijkt rechtvaardig dat rijke landen als Nederland hun uitstoot sneller terugbrengen. Onze uitstoot per hoofd van de bevolking is 3 keer zo hoog als het wereldwijde gemiddelde. Ontwikkelde landen zijn verantwoordelijk voor het grootste gedeeltevan de cumulatieve emissies sinds 1750.

Een land als India investeert, ondanks beperkte middelen, enorm veel in zonne-energie. Toch voelt het zich gedwongen meer kolen te verstoken door de explosieve groei van de energievraag. Terwijl de uitstoot in de meeste ontwikkelde landen gelijk blijft, groeit deze in de meeste ontwikkelingslanden. Zij zullen zich dus dubbel moeten inspannen om dezelfde emissiereducties te bereiken en tegelijkertijd hun bevolking uit de armoede te halen.

Het PBL rapport noemt deze argumenten voor klimaatrechtvaardigheid. Daar wordt één argument tegenover gesteld: de kosten van 1 ton CO2 reductie zouden in ontwikkelingslanden lager zijn. Daarna volgt een ingewikkelde beschrijving van de vele rekenmethodes die worden gehanteerd om te bepalen welke reductiedoelstelling voor ontwikkelde landen rechtvaardig is. De reductiepercentages voor de EU kunnen uiteenlopen van 24% tot 72%

Vervolgens wordt er tamelijk willekeurig voor één rekenmethode gekozen. Waar deze in feite op neerkomt is dat de rijke landen hun uitstoot even snel moeten terugbrengen als ontwikkelingslanden. Het enige argument hiervoor: als je de uitkomsten van alle rekenmethodes vergelijkt, dan komt deze methode ongeveer in het midden uit.

Dat is een nogal zwakke onderbouwing als je bedenkt dat er aan dit rapport vergaande politieke conclusies worden verbonden. Het kabinet gaat ervan uit dat 55% reductie in 2030 voldoende is om aan Parijs te voldoen (overigens leiden de maatregelen die het kabinet nu concreet voorstelt, volgens hetzelfde PBL, nog niet eens tot de helft van deze reductie). Dat wordt gelegitimeerd door het PBL rapport. Als je vervolgens in het rapport zelf kijkt, dan blijkt dat één van de belangrijkste rekenmethodes nogal met de natte vinger is uitgekozen.

Het klimaatakkoord is gepresenteerd als een aanzienlijke aanscherping van het internationale klimaatbeleid. Daarom is het op zijn minst vreemd dat, volgens de rekenmethodes van het PBL, een 1,5 graad scenario nauwelijks leidt tot een ambitieuzere reductiedoelstelling dan een 2 graden scenario (2050 voor 1,5 graad, 2055 voor 2 graden).

Ondertussen smelt het zeeijs rond de Noordpool sneller dat verwacht. Er bestaat alle kans dat de klimaatrapporten van het IPCC nog te optimistisch zijn. Alle reden dus om het rapport van het PBL niet klakkeloos te accepteren als de heilige graal van het Nederlandse klimaatbeleid.


Een overzicht van de klimaatproblematiek vindt u op klimaatinzicht.nl

Technische uitweiding

In dit artikel staan twee beweringen die eigenlijk nadere uitleg behoeven. In verband met ruimtegebrek is de uitleg verplaatst naar deze technische uitweiding. Het gaat om de volgende twee uitspraken

1: Het PBL rapport gaat uit van meer negatieve emissies dan het Greenpeace rapport

2: Het PBL rapport gaat er van uit dat ontwikkelingslanden hun uitstoot even snel moeten terugbrengen als rijke landen

Ad 1: In het Greenpeace rapport staat uitdrukkelijk dat hun scenario niet uitgaat van negatieve emissies. Dat klopt, wanneer je ervan uitgaat dat het een zuiver 1,75 scenario betreft – de temperatuur mag maximaal tot 1,75 graad stijgen en blijft daarna op hetzelfde niveau. Het Greenpeace rapport beoogt echter expliciet te berekenen wat het Parijse klimaatakkoord voor Nederland betekent. In het klimaatakkoord staat wel dat de temperatuur later deze eeuw weer moet worden teruggebracht van ‘ruim onder de twee graden’ (zegge 1,75 graad) naar 1,5 graad.

Het terugbrengen van 1,75 graad naar 1,5 graad is niet denkbaar zonder negatieve emissies. Dus als je ervan uit gaat dat het Greenpeace akkoord het Parijse klimaaatakkoord doorrekent voor Nederland, dan kun je stellen dat zij impliciet wel uitgaan van negatieve emissies, omdat het klimaatakkoord dit ook doet. In feite is het dan een 1,5 graad scenario met negatieve emissies, in plaats van een 1,75 graad scenario zonder negatieve emissies.

Het PBL geeft een 1,5 graad scenario dat expliciet wel uitgaat van negative emissies. De invloed van deze negatieve emissies is veel groter dan in het Greenpeace rapport. Volgens het PBL rapport hoeven we pas in 2050 emissievrij te zijn. Wanneer je in het Greenpeace rapport bekijkt zonder rekening te houden met het feit dat rijke landen volgens Greenpeace hun uitstoot sneller moeten reduceren, dan kom je uit op emissievrij in 2045. Vijf jaar eerder dus.

Het PBL rapport geeft zelf een verklaring voor de grotere invloed van negatieve emissies. Men gaat namelijk uit van de hoogste schatting van het potentieel van negatieve emissies dat op basis van de literatuur te verantwoorden valt: 350 Gigaton in 2100. Dit komt neer op bijna 10 keer de huidige jaarlijkse mondiale uitstoot. Ze berekenen ook nog een 2 graden scenario met negatieve emissies. Dit gaat uit van slechts 200 Gigaton. Waarom een hogere schatting bij het 1,5 graad scenario?

Het rapport verdedigt dit door erop te wijzen dat een 1,5 graad scenario eigenlijk niet te realiseren valt zonder negatieve emissies. Met andere woorden: men geeft eigenlijk toe dat het rapport is toegeschreven naar de conclusie dat een 1,5 graad nauwelijks leidt tot een hogere reductiedoelstelling dan een 2 graden scenario (het verschil tussen 1,5 met negatieve emissies en 2 graden zonder negatieve emissies is volgens hun scenario immers maar 5 jaar).

Ad 2: Het PBL kiest het volgende criterium om te bepalen hoe de emissiereductie moet worden verdeeld tussen ontwikkelingslanden en rijkere landen. Uitgangspunt is dat in 2050 alle landen dezelfde uitstoot per hoofd van de bevolking moeten hebben. Op dit moment is de uitstoot per hoofd in Nederland nog 3 maal zo hoog als het wereldwijde gemiddelde.

Dit betekent, dat als de mondiale uitstoot in 2050 nul moet staan, alle landen hun uitstoot met hetzelfde percentage per jaar moeten verminderen. Zoals de meeste scenario’s gaat ook dit scenario uit van een lineaire reductie: ieder jaar dezelfde uitstootvermindering. Hierdoor is het moment dat ontwikkelingslanden 50% reductie moeten hebben bereikt hetzelfde als het moment waarop rijke landen dit moeten hebben bereikt.

Anders wordt het op het moment dat de wereld na 2050, bijvoorbeeld in 2070, nulemissies moet hebben bereikt. In dat geval is er in 2050 nog een bepaalde uitstoot per hoofd van de bevolking toegestaan, laten we zeggen 1 ton. Een land dat nu 3 ton per hoofd uitstoot, hoeft dan tot 2050 zijn uitstoot met twee derde te verminderen. Een land dat nu 10 ton per hoofd uitstoot, met 90%

In dat geval mogen de ontwikkelingslanden het inderdaad iets kalmer aan doen dan rijke landen. Zo’n langzaam reductiescenario is echter niet in overeenstemming met de klimaatdoelstellingen van Parijs. Dit wordt ook door het PBL erkent. Hun 1,5 graad met negatieve emissies gaat uit van fossielvrij in 2050, 2 graden zonder negatieve emissies van emissievrij in 2055. Er vanuit gaand dat het de bedoeling is dat we Parijs halen, kunnen we dus stellen dat volgens het PBL alle landen even snel hun emissies terug moeten brengen.


Een overzicht van de klimaatproblematiek vindt u op klimaatinzicht.nl

1 thought on “Hoe snel moet onze CO2 uitstoot omlaag? Regering en Greenpeace verschillen van mening

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *