Hoe weten we zeker dat klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt? Deel 3A


Wordt klimaatverandering nu echt door de mens veroorzaakt? En is het nu echt zo erg? In deze vierdelige serie probeer ik deze vraag te beantwoorden. In ieder deel staat een andere deelvraag centraal:

1: Gelooft een overweldigende meerderheid van de klimaatwetenschappers dat klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt?

2: Is het denkbaar dat de een meerderheid van de klimaatwetenschappers onder invloed is van een tunnelvisie, of zijn omgekocht door twijfelachtige belangengroepen?

3: Is het voor een leek mogelijk de belangrijkste argumenten dat klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt inhoudelijk te beoordelen?

4: Valt het eveneens te bewijzen dat klimaatverandering zo ernstig is al de meeste klimaatwetenschappers denken?

Voor het antwoord op vraag 1 en 2, klik hier en hier. Het antwoord op vraag 3 paste niet in één artikel. Daarom is dit deel 3A. 3B volgt over enkele weken.


3: Is het voor een leek mogelijk de belangrijkste argumenten dat klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt inhoudelijk te beoordelen?

Misschien dat u alleen al door het lezen van deze vraag wat moedeloos wordt. Klimaatverandering heeft zoveel aspecten, zou men kunnen denken. Voor een leek is het ondoenlijk om dat allemaal te onderzoeken. Laat het over aan de deskundigen.

Toch valt dit mee. Om de conclusie dat klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt onontkoombaar te maken, hoeven slechts 5 stellingen bewezen te worden. Dit deel gaat over de eerste vier, de vijfde wordt behandeld in deel 3B. Hieronder som ik ze eerst op:

1: Toename van CO2 en andere broeikasgassen in de atmosfeer heeft een opwarmend effect.

2: Het percentage CO2 in de atmosfeer is sinds de industriële revolutie toegenomen van 280 ppm (parts per million) tot meer dan 400 ppm,

3: De gemiddelde temperatuur op aarde is sinds 1750 toegenomen. Vanaf 1980 gaat de opwarming veel sneller.

4: Er bestaat direct bewijs dat de toename van CO2 in de atmosfeer grotendeels het gevolg is van de verbranding van fossiele brandstoffen


5: Klimaatwetenschappers zijn niet in staat een alternatieve verklaring te geven voor het stijgen van de temperatuur. Evenmin kan worden aangetoond dat de gevolgen van onze CO2 uitstoot worden gecompenseerd door natuurlijke processen.


Ad 1: Toename van CO2 en andere broeikasgassen in de atmosfeer leidt tot opwarming van de aarde

Al in 1896 ontdekte de Zweedse wetenschapper Svante Arrhenius dat CO2 een broeikasgas is – het heeft de eigenschap warmte in de atmosfeer vast te houden. De aarde straalt infrarode warmtestralen de ruimte in. Die ontstaan doordat inkomende zonnestralen de aarde opwarmen. CO2 (en andere
broeikasgassen zoals methaan en lachgas) absorberenstikstof en zuurstof , horen daar niet toe.

De maan ontvangt ongeveer evenveel zonlicht als de aarde, maar heeft geen atmosfeer. Dat heeft een groot effect op de temperatuur. Overdag kan het meer dan 106 graden worden, ’s nachts wel –183. De atmosfeer van de aarde houdt overdag een deel van het inkomende zonlicht tegen, maar houdt ’s nachts weer een deel vast. Hierdoor zijn de temperatuurverschillen minder groot. Zonder broeikasgassen zou de gemiddelde temperatuur op aarde 33 graden lager zijn.

Dat broeikasgassen invloed hebben op de atmosfeer staat wetenschappelijk niet ter discussie. Ook de temperaturen op Mars en Venus worden mede verklaard door de samenstelling van de atmosfeer. Venus heeft een atmosfeer die voor 96,5% uit CO2 bestaat. Dit verklaart waarom Venus heter is dan Mercurius, hoewel het verder van de zon staat.

Het enige wat wetenschappelijk ter discussie staat is het precieze opwarmende effect van C02. Volgens het IPCC (de klimaatorganisatie van de Verenigde Naties) bedraagt de ‘klimaatgevoeligheid’ van C02 ergens tussen de 1,5 en 4,5 graad. Dat betekent dat een verdubbeling van het C02 gehalte een temperatuurstijging van tussen de 1,5 en 4,5 graad tot gevolg zou hebben. Bij de berekening van het tempo waarop we onze CO2 uitstoot moeten terugbrengen wordt uitgegaan van het gemiddelde van 3 graden. De meeste recente onderzoeken komen ergens in de buurt van dit gemiddelde uit.


Ad 2: Het percentage CO2 in de atmosfeer is sinds de industriële revolutie toegenomen van 280 ppm (parts per million) tot meer dan 400 ppm

Vanaf 1956 wordt het CO2 gehalte in de atmosfeer bijgehouden op het Mauna Lao Observatorium in Hawaii. Zover mogelijk verwijderd van industriële centra om lokale invloeden zoveel mogelijk uit te sluiten. Iedere lente neemt het CO2 gehalte af doordat planten op het Noordelijk Halfrond meer CO2 opnemen. Iedere herfst neemt het CO2 gehalte toe doordat planten op het Noordelijk Halfrond afsterven. De lange termijn trend is gestage toename.

Het CO2 gehalte in de afgelopen 800.000 jaar valt te meten aan de hand van luchtbubbels die verborgen zitten in de ijslagen van Groenland en Antarctica. Hierdoor staat onomstotelijk vast dat het CO2 gehalte voor het begin van de industriële revolutie 260-280 ppm bedroeg. In 2013 was het 395 ppm en nu alweer 405. Volgens het IPCC moeten we het CO2 gehalte voor 2100 terugbrengen naar 350 ppm om een kans te maken de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 graad.


3: De gemiddelde temperatuur op aarde is sinds 1980 toegenomen op een manier die grotendeels synchroon loopt met de toename van het CO2 gehalte (en voor de afwijking bestaat een verklaring).

De wereldwijde temperatuurstijging wordt bevestigd door metingen op land, in de oceanen en de hogere luchtlagen. Grootschalige wetenschappelijke onderzoeken zijn verricht om de mogelijkheid uit te sluiten dat de temperatuurmetingen onbetrouwbaar zouden zijn, of dat de opwarming het gevolg zou kunnen zijn van het Urban Heat Island effect.

Satellietmetingen hebben ook aangetoond dat de aarde minder infrarode straling de ruimte in stuurt. Dit is cruciaal omdat het aantoont dat de atmosfeer meer warmte vasthoudt. De opwarming is dus het gevolg van het broeikaseffect. Daarnaast zijn er ook tal van indirecte effecten van de temperatuurstijging waargenomen, zoals het afsmelten van gletsjers en de ijskappen van Groenland en Antarctica.

Sinds het begin van de industriële revolutie in 1750 is de gemiddelde temperatuur met 0,85 graad Celcius toegenomen. Wanneer de temperatuurrecords vanaf 2015 geen tijdelijke piek zijn dan zitten we nu al boven de 1 graad. De temperatuurstijging van de afgelopen eeuw loopt redelijk parallel met de toename van het CO2 gehalte. In de grafiek hiernaast kun je zien hoe sterk: als je het over de afgelopen 1000 jaar bekijkt, dan schiet zowel het CO2 gehalte als de temperatuur de laatste decennnia pijlsnel omhoog. Dat kan geen toeval zijn.

Klimaatsceptici putten hoop uit twee perioden waarin de CO2 uitstoot en de temperatuur niet gelijk op gingen: tussen 1940 en 1970 was er een periode van lichte afkoeling, en tussen 1999 en 2013 was ging de temperatuurstijging wat minder snel dan verwacht. Voor beide afwijkingen bestaat een wetenschappelijke verklaring. De temperatuurdaling tussen 1940 en 1970 zou het gevolg zijn van de uitstoot van roetdeeltjes of aerosolen. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komen ook andere stoffen dan CO2 vrij. Deze reflecteren zonlicht, wat een afkoelend effect heeft. In de genoemde periode hielden dit afkoelende effect en het opwarmende effect elkaar in evenwicht. In de jaren 80 werden er in sommige delen van de wereld maatregelen genomen om luchtvervuiling terug te dringen: roetfilters in schoorsteenpijpen, katalysatoren in auto’s om de zure regen terug te dringen. Deze verminderden de uitstoot van aerosolen, maar hadden helaas geen effect op de CO2 uitstoot. Dit verklaart waarom vanaf de jaren 80 het opwarmende effect van CO2 dominant is.

Cruciaal is dat aerosolen binnen een paar jaar uit de atmosfeer verdwijnen zodra je ophoudt met vervuilen, maar CO2 blijft eeuwenlang in de lucht hangen. Niet overal is de luchtvervuiling teruggedrongen. Met name boven China hangt nog een wolk smog. Deze resterende vervuiling maskeert dus in feite de opwarming. Klimaatwetenschappers verwachten dat wanneer we ophouden met het verbranden van fossiele brandstoffen, er gedurende een korte periode nog een scherpe temperatuurstijging volgt doordat het afkoelende effect van de aerosolen wegvalt.


Ad 4: Er bestaat direct bewijs dat de toename van CO2 grotendeels het gevolg is van de verbranding van fossiele brandstoffen

Hoe weten we nu zeker dat de extra CO2 in de atmosfeer het gevolg is van het verbranden van fossiele brandstoffen? Niet alleen door de hoeveelheid CO2 die de lucht in gaat bij de schoorsteen te meten. De koolstof moleculen die afkomstig zijn uit diepe aardlagen steenkool, olie en gas hebben ook een andere chemische samenstelling; zij hebben naar verhouding meer C12 isotopen en minder C13 isotopen. Zonder in detail te gaan over wat dat precies is: aan ieder CO2 molecuul in de atmosfeer hangt een visitekaartje waaruit blijkt of zijn aanwezigheid te danken is aan onze verbranding van fossiele brandstoffen. Er is aangetoond dat het percentage CO2 moleculen met meer C12 isotopen in de atmosfeer toeneemt.

De 4 hierboven genoemde punten staan wetenschappelijk totaal niet ter discussie en zijn ook al meerdere decennia bekend. Je zou zeggen dat ze samen een simpele, onwrikbare logica vormen die 100% bewijst dat klimaatverandering door mensen is veroorzaakt. Toch is dit wetenschappelijk gezien geen absoluut bewijs. Enkele decennia terug hielden wetenschappers nog veel meer slagen om de arm dan tegenwoordig. In het volgende deel zal worden uitgelegd waarom we inmiddels nog meer zekerheid hebben.


Een overzicht van de klimaatproblematiek vindt u op klimaatinzicht.nl

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *